"Het is beter in de woestijn te wonen dan met een twistzieke en gramstorige vrouw." - Spreuken

Bij de verguizing van politiek idealisme

Op woensdag, 23 mei 2012 13:18 door Matthias Storme

Een opinieonderzoek van Gallup reveleerde vorig jaar dat in de VS Republikeinen vandaag veel sterker de mening toegedaan zijn dat politici moeten vasthouden aan hun overtuigingen, terwijl Democraten het belangrijker vinden om compromissen te sluiten om op korte termijn dingen te realiseren. Kortom, idealisme is in Amerika vandaag vooral te vinden aan de "rechterzijde", en een bepaalde vorm van pragmatisme aan de "linkerzijde". Een vergelijking met de situatie bij ons is natuurlijk gevaarlijk, maar men kan niet ontkennen dat ook de Vlaamse burgers hierover grondig verdeeld zijn, en het partijpolitieke spectrum van links naar rechts grosso modo dezelfde variatie vertoont. Aan de linkerzijde een dwepen met het compromis als ultieme moraal van de politiek, aan de rechterzijde een pleidooi voor zuiverheid en tegen participatie aan het systeem, in het midden een bereidheid om de tegenstander tegemoet te komen, maar niet tegen elke prijs. Wat me daarbij vooral zorgen maakt of ergert is de mateloze verguizing door de zichzelfweldenkenden van elk politiek idealisme en van elke houding waarbij hetgeen men voor de verkiezingen aan de kiezer als programma presenteert niet zo snel mogelijk na de verkiezingen overboord wordt gegooid.

De waarneming is wel interessant omdat ze ingaat tegen de idée reçue dat idealisme "links" is en om die reden aan de "linkerzijde" veel moet worden vergeven. De verklaring hiervoor kan zeker niet in één enkele reden gevonden worden, maar ik geef toch een paar mogelijke elementen. Op de eerste plaats is ons politiek bestel wellicht al zo socialistisch geworden dat socialisten er vooral baat bij hebben dit toe te dekken en de roep om ernstige hervormingen te discrediteren. Verder zijn het vooral politici die voor de eigen groep aan zelfbediening vanuit de overheid willen doen, die absoluut aan de macht moeten zien te blijven of te komen; een compromis met andere stromingen met dergelijke bedoelingen is dan ook veel sneller gemaakt dan met diegenen die minder op die zelfbediening uit zijn.

Spreken in termen van idealisme versus pragmatisme kan anderzijds ook leiden tot enkele verkeerde gevolgtrekkingen. Zo bv. valt de hier genoemde tegenstelling m.i. niet samen met de door Max Weber gethematiseerde tegenstelling tussen “overtuigingsethiek” en “verantwoordelijkheidsethiek”. De overtuigingsethiek (in het Duits Gesinnungsethik) kan namelijk afglijden in een opvatting die mensen niet beoordeelt op wat ze doen, maar wel op hun correcte of incorrecte gezindheid, en dit is een fenomeen dat we minstens zo sterk vinden bij de verdedigers van het compromis als aan de andere zijde van het spectrum. En omgekeerd zal verantwoordelijkheid er vaak juist uit bestaan om geen genoegen te nemen met het behoud van het bestaande evenwicht (dat dan als compromis wordt vertaald) maar integendeel een gedurfd antwoord te geven op de noden van de tijd.

Geef mij maar een combinatie van idealisme én verantwoordelijkheidszin boven de lege ophemeling van het compromis.